Het KNMI gaat zijn waarschuwingen vanaf november een stuk gerichter maken. In plaats van hele provincies oranje of rood te kleuren, kiest het weerinstituut voortaan voor flexibele gebieden die aansluiten bij de plek waar het gevaarlijke weer daadwerkelijk speelt. Dat merk je vooral in de KNMI-app.
KNMI-app wordt nauwkeuriger
Er worden verbeteringen voorbereid voor de app van het KNMI. De applicatie, die hoog eindigde in onze weer-app test van dit jaar, krijgt verbeteringen in de waarschuwingen die gebruikers krijgen. Tot nu toe kreeg je een waarschuwing per provincie. Dat zorgde geregeld voor een vertekend beeld: bij de zware onweersbuien van afgelopen juli leek bijna het halve land getroffen te worden, terwijl vooral het oosten de klappen kreeg. Met de nieuwe aanpak laat het KNMI op de kaart zien waar een code geel, oranje of rood echt geldt. De codes zelf blijven dus gelijk; het gebied waarvoor ze gelden wordt nauwkeuriger.
In de KNMI-app kun je straks op de kaart inzoomen om te zien of een waarschuwing jouw locatie raakt. Handig is dat je meldingen kunt instellen voor je live locatie én voor andere plekken, bijvoorbeeld het adres van familie of je vakantiebestemming. Elk weerfenomeen krijgt bovendien een eigen kaart. Zijn er meerdere waarschuwingen tegelijk, dan zie je dus meerdere kaarten. Het gaat om gladheid, hitte, kou, mist, onweersbuien, sneeuw, waterhozen, windstoten en zware regen.
Steeds meer op locatie
De stap past in een bredere lijn. Sinds een wetswijziging van afgelopen mei mag het KNMI waarschuwen voor kleinere gebieden waar dat kan. Eerder deze zomer kreeg de app al locatiegebaseerde meldingen voor zwaar onweer: je krijgt dan een seintje wanneer een hevige onweersbui je locatie binnen vijftien minuten dreigt te bereiken. Die functie draait nog in bèta en gebruikt de techniek CellWarn, die losse gevaarlijke buien opspoort en volgt.
Wel blijven er grenzen bestaan tussen gebieden met en zonder gevaarlijk weer. Woon je dicht bij zo’n grens, dan doe je er goed aan het weer extra in de gaten te houden.





